theme logo

Life in Cities

26 april 2018 | Inspiratie

Onder leiding van curator Wim van Sinderen bekeken wij samen met relaties in alle rust ‘Life in Cities’, de indrukwekkende overzichtstentoonstelling van de Amerikaans fotograaf Michael Wolf in fotomuseum Den Haag.

Meer dan de helft van de wereldbevolking woont in steden. Michael Wolf maakt met zijn foto’s op indringende wijze duidelijk wat dat betekent. Tokyo Compression, een serie portretten van mensen in de metro van Tokyo, zette direct de toon. Deze portretten van mensen achter beslagen ruiten legden genadeloos de stress en lethargie van de moderne forens bloot. Metroreizigers, letterlijk en figuurlijk klem tussen hun medemensen; opgesloten in hun eigen binnenwereld.

Synchroon-life-in-cities

Woontorens

Vandaaruit wandelde je door naar Architecture of Density, een van Wolfs beroemdste series. Onderwerp: het stadsleven in Hong Kong. Eindeloze rijen woontorens, losgeweekt uit hun omgeving en teruggebracht tot hun essentie: het huisvesten van lichamen zonder enige franje. Vervreemdend en schokkend. Leven mensen echt zo? Zijn dit de steden die we maken? En is dat echt wat we willen? Dergelijke vragen drongen zich automatisch op bij deze confrontatie met het leven in een overbevolkte metropool. In een overgeorganiseerd land als Nederland is het moeilijk voorstelbaar dat mensen zo wonen. Weggestopt in betonnen kolossen van een verpletterende anonimiteit. Eén vormpje – balkonnetje, raampje, airco – in veelvoud herhaald. Een palet in vaalgrijs.

En dan ineens achter een van die ontelbare lege raampjes een knalgele beer met een rood hemdje. Winnie the Pooh; bijna misplaatst. Waardoor je met een schok beseft: hier wonen mensen. Echte mensen. En die mensen hebben ook kinderen. En dromen. Dat is ook te zien aan de snippertjes groen te midden van al het grijs en beton. Een klein tuintje op een dak, een eigenwijze struik op een balkonnetje. Als een aanklacht of juist een teken van hoop. Een bewijs dat ook in deze stadsjungle mensen dromen van een mooiere wereld en proberen hun omgeving leefbaar te maken door ruimte te veroveren op de lelijkheid.

Kamertje

De rol van toeschouwer was al redelijk ongemakkelijk, maar het werd nog veel ongemakkelijker in het project 10 x 10. In dit kamertje van 9 vierkante meter, nagebouwd naar een flat in Hong Hong, kreeg je enigszins een gevoel bij wat het betekent om in zo’n kleine ruimte te wonen. ‘Claustrofobisch’ dekt nauwelijks de lading. Het kamertje hing vol met portretten van de mensen in die flat leefden. De foto’s toonden de bewoners te midden van hun schamele bezittingen op die paar vierkante meter. Des te opvallender dat sommige mensen met grote waardigheid of zelfs breeduit lachend poseerden. Ook in deze samengeperste stukjes leven schitterden toch de individualiteit en de levenskracht door.

Synchroon-life-in-cities

The Real Toy Story

Nog niet helemaal bekomen van de indringende beelden, stuitte je vervolgens op het installatiekunstwerk The Real Toy Story. Een muur met 20.000 kleurige speelgoedjes – made in China – met daarbij foto’s van de Chinese arbeiders die ze vervaardigden in beroerde arbeidsomstandigheden. Een aanklacht tegen de industriële massaproductie in China.

Maar de tentoonstelling kende ook vrolijker onderwerpen. Zoals de muur met verbogen ijzeren kleerhangertjes die de enorme creativiteit van mensen toonde voor bijzondere en praktische toepassingen van dit stukje ijzer. Of de wonderlijke verzameling stoelen (Bastard chairs), een inspiratiebron voor duurzaam hergebruik.

Voorbeeldig

Vervolgens plaatste Rijksbouwmeester Floris Alkemade de tentoonstelling in perspectief met een interessante beschouwing over stedelijk leven en de daarmee gepaard gaande morele vragen. Het goede nieuws: er ligt een wereld van verschil tussen de steden die Michael Wolf portretteert, en onze eigen aangeharkte Randstad. Het resultaat van goed beleid, stelde Alkemade.

‘We mogen best wat trotser zijn op Nederland. We hebben het hier ontzettend goed voor elkaar. De manier waarop wij onze volkshuisvesting regelen is voorbeeldig.’

Het maakbaarheidsideaal uit de jaren 50 heeft een stedelijk beeld opgeleverd waarin de menselijke maat centraal staat.

Alert blijven

Toch is het zaak alert te blijven, want met de voortgaande verstedelijking liggen ook hier de grotestadsproblemen op de loer, zoals Alkemade liet zien. Waar veel mensen op elkaar zitten, ontstaan problemen. Vereenzaming. Segregatie. Depressiviteit. Werkloosheid. Laaggeletterdheid. Maatschappelijke ontwikkelingen als robotsering en digitalisering doen daar nog een schepje bovenop.

‘Dat zijn schoksgewijze veranderingen met vergaande consequenties voor de inrichting van ons leven die ook veel morele vragen oproepen. Steeds meer mensen kunnen niets wat de computer niet veel sneller, beter en goedkoper kan.’

Ook de impact van de digitale revolutie is groot. ‘Terwijl de geest rond dwarrelt in het virtuele domein, zit het lichaam in de echte wereld. Dat heeft impact op ons BMI en onze levensverwachting.’

Zuinig op groen

Veel van dit soort problemen zijn een gevolg van hoe we onze steden inrichten, betoogde Alkemade. Maar het omgekeerde geldt ook: met gerichte ingrepen in de gebouwde omgeving kun je veel problemen voorkomen en oplossen. Zijn eerste suggestie: wees zuinig op groen.

‘Vergeleken met klassieke metropolen als Londen en Parijs is de Randstad onwaarschijnlijk ruim en leeg. De ruimtelijke opzet is een grote kwaliteit van Nederland. Die open structuur moeten we koesteren. Niet in het groen bouwen, maar bestaand stedelijk gebied op een betere manier bebouwen. Door verdichting worden steden alleen maar interessanter.’

Herwaardering platteland

Verder pleitte Alkemade voor herwaardering van het platteland. Hij keerde zich tegen de neiging om alle kaarten op de Randstad te zetten en het platteland te beschouwen als achtergebleven gebied. Dat is een ernstige verdraaiing van de werkelijkheid.

‘We willen allemaal in steden wonen, maar de realiteit is dat dat ons niet gelukkig maakt. In de top 10 van gelukkigste landen staan allemaal landen die geen grote stedelijke dichtheid hebben. Dat zou te denken moeten geven. De stad is ook niet de motor van de economie, zoals vaak gesteld wordt. Het platteland heeft een grote economische waarde en een grote levenskwaliteit. Dat biedt kansen.’

Hoog tijd dus om het beeld van het platteland bij te stellen en erin te investeren als waardevol onderdeel van Nederland.

Samenwerken

Gerichte fysieke ingrepen kunnen een andere realiteit creëren, betoogde Alkemade. ‘We moeten ons realiseren dat maatschappelijke vraagstukken niet naast de gebouwde omgeving bestaan, maar juist een sturende factor kunnen zijn voor het nadenken over de oplossing van die problemen.’ Samenwerking is daarbij een sleutelwoord. Daarvoor moet echt het roer om in de volkshuisvesting.

‘Als problemen complex worden, neigen we naar specialisatie. Terwijl er veel meer te winnen is bij samenwerken. Door complexe problemen bij elkaar te brengen en ze in samenhang te laten bekijken door verschillende disciplines, ontstaan er creatieve ideeën. Oplossingen worden relevanter en wat totaal onmogelijk leek, blijkt ineens mogelijk.’

Prijsvragen

Als Rijksbouwmeester neemt Alkemade geregeld het initiatief voor projecten die Nederland op een hoger plan moeten tillen en bijdragen aan de leefbaarheid. Een mooi voorbeeld daarvan is de prijsvraag Who Cares, een initiatief van Humanitas, de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving en de Rijksbouwmeester. Deze prijsvraag bracht verschillende disciplines samen rondom complexe vragen als eenzaamheid en zelfredzaamheid en daagde partijen uit tot een nieuwe, integrale kijk op wonen en zorg in de wijk. Architecten dachten hierin bijvoorbeeld samen met medewerkers uit de zorg na over de inrichting van gebouwen, vanuit de praktijk van de zorgmedewerkers. Dat leidde tot andere gebouwen dan ze in hun eentje bedacht zouden hebben.

Ook de ontwerpprijsvraag Brood en Spelen is zo’n mooi initiatief. In dit geval gaat het om de herprogrammering van het platteland. Hierbij werden grondeigenaren in Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel opgeroepen om samen met ontwerpers radicale en realistische voorstellen uit te werken voor de grote opgaven waar het platteland voor staat. Ook dat levert verrassende ideeën op, meldde Van Alkemade.

Toekomst

Dergelijke  samenwerkingsmodellen hebben wat hem betreft de toekomst. De kruisbestuiving die ontstaat als verschillende disciplines zich over een probleem buigen, staat garant voor vernieuwing – en dat is hard nodig.

‘Terwijl de hele wereld verandert, proberen wij nog steeds de werkelijkheid te vormen naar wat we al kennen. Maar als je dingen als vanzelfsprekend aanneemt, zit je al snel op het verkeerde spoor. We moeten elkaar uitdagen om op een nieuwe manier te kijken naar de uitdagingen waar we voor staan en er vervolgens gezamenlijk vanuit verbeeldingskracht een antwoord op te formuleren.’

Synchroon-life-in-cities

Deel dit bericht

Meld je vrijblijvend aan voor onze nieuwsbrief.

Aanmelden
Meld je vrijblijvend aan!
Close search