2023 publiceerden we ons eerste Klimaatplan.

Sinds 2023 is er veel gebeurd. We hebben het Klimaatplan toegepast in al onze projecten. We zagen wat werkte, en wat niet.
Eerst even terugblikken: wat hebben we afgelopen jaren geleerd?
Sinds de publicatie van ons eerste Klimaatplan, hebben we veel nieuwe praktijkkennis opgedaan. We hebben gezien waar de materiaalgebonden CO₂-reductie daadwerkelijk plaatsvindt, en waar het minder opleverde dan gedacht, want dat is natuurlijk ook de realiteit.
Het Klimaatplan 2026
We hebben onze vijf acties aangescherpt en geherformuleerd:
STEDENBOUW
Carbon Based Urbanism
In gebiedsontwikkeling liggen de grootste kansen voor CO₂-reductie. We kijken daarbij niet alleen naar de uitstoot door energiegebruik en materiaalgebruik van individuele gebouwen. We kijken breder en fundamenteler. Reductie van CO₂ door de juiste stedenbouwkundige keuzes: dat is Carbon Based Urbanism. De belangrijkste handvatten uit de praktijk zijn:
DRAGENDE CONSTRUCTIE
Sturen op CO2-armere alternatieven
De draagconstructie is de grootste uitstoter binnen gebouwen. Daarmee is het ook meteen de plek waar de grootste kansen liggen voor CO₂-reductie. Om draagconstructies minder vervuilend te maken, hanteren we het volgende kader:
Sturen op CO2-armere alternatieven
Total: 270 kg/m²
Dit is een voorbeeldverdeling van de materiaalgebonden uitstoot van een gerealiseerd appartementengebouw; de verdeling kan per project variëren.
INSTALLATIES
Aanpak van de ‘black box’
Als het aandeel installaties niet omlaag gaat, wordt het zo goed als onhaalbaar om Paris Proof te bouwen.
Installaties hebben een groot aandeel in de totale CO₂-balans van bouwprojecten, dat weten we. Tegelijkertijd zijn installaties in de bestaande rekenmethoden nog grotendeels een ‘black box’. In de NMD (de Nationale Milieudatabase) zijn vrijwel geen gedetailleerde doorrekeningen van installaties beschikbaar. We werken daarom vooral met generieke en verouderde data.
Op basis van gezond verstand sturen we in onze gebiedsontwikkelingen waar mogelijk op collectieve energieoplossingen. We onderzoeken samen met onze adviseurs bijvoorbeeld of we het (vaak grote) aantal zonnepanelen kunnen reduceren; zonnepanelen zijn hét symbool voor het opwekken van groene stroom, maar ze hebben een heel hoge materiaalgebonden uitstoot. Ook verkennen we installatiearm bouwen, zoals het 2226-gebouwconcept van het Oostenrijkse architectenbureau Baumschlager Eberle Architekten.
GEVELS
Slimme geveloplossingen
Gevels beslaan een groot oppervlak, en er worden vaak materialen voor gebruikt die een hoge CO₂-uitstoot hebben. Denk aan beton, staal en glas.
Om de uitstoot terug te brengen, kiezen we er steeds vaker voor om gevels te bouwen met een binnenspouwblad van houtskeletbouw en biobased isolatiemateriaal. Dat maakt een groot verschil ten opzichte van constructies met beton en steenwol. Voor de schil blijft het, zeker bij appartementen, nodig om te gaan voor onderhoudsarme en langdurig robuuste afwerkingen. Daarom kiezen we voor steenstrips en CO₂-arme bakstenen, aangevuld met producten zoals biobased platen, bamboe en gebrand hout. Voor kozijnen proberen we kunststof en aluminium zoveel mogelijk te vermijden. Door deze maatregelen bij elkaar op te tellen, behalen we een deel van de reductie.
De rekendata in de NMD is helaas nog onvolledig. Dat maakt het lastig om scherp te rekenen en producten goed met elkaar te vergelijken. Hier ligt een belangrijke opgave voor producenten van bouwmaterialen: het is hoog tijd om producten serieus door te laten rekenen.
Actie 2
Anticiperen op ‘Whole Life Cycle Global Warming Potential’ (WLC-GWP)
We sturen op de optelsom van gebouwgebonden uitstoot door energiegebruik (BENG-2) én de materiaalgebonden uitstoot in de bouwfase (MPG), want in de praktijk zien we een waterbedeffect: reductie aan de gebruikskant wordt bereikt door een hogere uitstoot aan de materiaalkant.
We kijken kritisch of we al die zonnepanelen en andere installatieonderdelen wel echt nodig hebben.
Het gebruik van deze materialen betekent CO₂-uitstoot nú, bij de bouw, terwijl energiegebruik zich uitsmeert over vele jaren. Maar onze uitstoot moet vandaag omlaag.
Ondertussen komt ook vanuit Europa sturing op dit onderwerp aan. Dat heet de WLC-GWP (Whole Life Cycle Global Warming Potential).
De rekenmethode staat nog niet definitief vast en wordt nog getest; vanaf 2030 wordt het verplicht om ermee te rekenen. Wij sturen al jaren op CO₂-reductie in die combinatie van energie én materiaal, en zijn blij dat Europa nu dezelfde kant op beweegt.
CO₂ emmissie
Netto CO₂
CO₂ reductie door zonnecellen

Actie 3
CO₂ heffing in de vastgoedexploitatie
CO₂-reductie is voor ons geen extraatje.
We maken budget vrij om onze doelen te bereiken, maximale reductie te realiseren en innovatie te versnellen. We hanteren een interne CO₂-heffing over de emissies die overblijven.
De hoogte daarvan stellen we jaarlijks vast.
Dit budget zetten we in om de race naar nul zoveel mogelijk te versnellen en om innovaties te financieren die ons helpen de uitstoot verder te verlagen.

Actie 4
CO₂ reductie als vast onderdeel van de besluitvorming
Het reduceren van CO₂ vraagt om een lange adem. Het is een kwestie van uitproberen, leren, en dan weer bijsturen.
Daarom is CO₂-reductie een vast onderdeel van onze besluitvorming. Het is zelfs één van onze vier strategische speerpunten: Gezond Klimaat.
Per project maken we de CO₂-reductie inzichtelijk op basis van de laatste versie van het DGBC rekenprotocol 'ParisProof Materiaalgebonden'. Dit doen we al vanaf de schetsontwerpfase.
Deze berekeningen worden bij start-bouwbesluiten getoetst aan de kwantitatieve ambities die we voor het project hebben vastgesteld (het CO₂-budget) en geregistreerd. Zo zit CO₂-reductie stevig verankerd in onze besluitvorming, vanaf de eerste schets tot aan het start-bouwbesluit.
Daarmee hebben we vooral de eerste helft van het traject op orde. De volgende stap zit in de bouw zelf. We contracteren bouwers op een maximale uitstoot, en die afspraak moet tijdens de uitvoering ook echt worden waargemaakt en aangetoond. De monitoring en bewijsvoering die daarbij horen, bouwen we nu verder uit. Dat loont, want bouwers hebben tijdens de uitvoering vaak nog extra slimmigheden in huis om de uitstoot verder te verlagen. Die willen we blijven aanspreken, tot en met de oplevering.
Actie 5
We bouwen veerkrachtige omgevingen
We werken niet alleen aan minder uitstoot, maar ook aan leefomgevingen die veerkrachtig zijn op de lange termijn.
In onze projecten besteden we vanaf het begin aandacht aan het ontwerpen op o.a. hittestressreductie. Dat doen we bijvoorbeeld door overstekken, zonwering en een slimme oriëntatie van de gebouwen ten opzichte van de zon. We ontwerpen op het opvangen, vasthouden en zonder schade afvoeren van extreme neerslag. We houden rekening met het beschikbaar houden van water voor beplanting in droge perioden. Daarnaast zetten we in onze ontwikkelingen zoveel mogelijk in op groenstructuren.
We kiezen standaard voor een diversiteit aan boomsoorten en een inrichting die gericht is op bestendigheid tegen extreem weer.
Durven, leren en dan weer bijsturen.
Met dit geactualiseerde Klimaatplan zetten we de koers in voor de komende jaren. Het is een richting, geen in (CO2-arm) beton gegoten plan. Onze context verandert namelijk continu. Er zijn telkens weer nieuwe ontwikkelingen, nieuwe kennis, nieuwe regels.
Dus we durven te varen op wat we nu weten, tegelijkertijd zijn we niet bang om bij te leren en bij te sturen. Gebouwen ontwikkelen die een positieve impact hebben op mens, natuur en maatschappij, gebouwen die écht het verschil maken: daar gaat het ons om. En we dragen de verantwoordelijkheid die daarbij komt kijken. Dat doen we met lef, met liefde.
Boek
Meer lezen over Klimaatplan?





