theme logo

Bart van Breukelen in De Telegraaf over de Amsterdamse woningmarkt

16 november 2017 | Amsterdam, Nieuws | bart van breukelen,

Koopmarkt gaat knellen

’Woonbeleid van de stad werkt averechts’

Amsterdam is voortvarend bezig met de vele bouwplannen voor meer woningen in de stad. Maar dat de gemeente daarbij een verdeling hanteert voor 40 procent sociale woningbouw, 40 procent middensegment en 20 procent koop kan de goedkeuring van Neprom-voorman en Synchroon-directeur Bart van Breukelen niet wegdragen. „Het werkt averechts.” Bart van Breukelen: „De meeste mensen willen binnen de A10 wonen.”

Van Breukelen is als directievoorzitter van vastgoedontwikkelaar Synchroon actief op de Amsterdamse markt. Het bedrijf ontwikkelt woningen in onder andere de Houthavens, Zuidoost en Zeeburgereiland. Tegelijkertijd is Van Breukelen voorzitter van de Neprom, de branchevereniging die het smeermiddel is tussen overheden, aannemers en vastgoedontwikkelaar. „De 40-40-20-verdeling betekent dat je 80 procent van de woningen in Amsterdam onder de marktprijs gaat realiseren. Dat is niet gezond, rigide zelfs. Met deze plannen jaag je opnieuw een groep mensen de stad uit.”

U moet de ambities van Amsterdam toch koesteren?

„Zeker. Er is geen stad in Nederland die zoveel werk maakt van nieuwe woningbouw. Chapeau daarvoor. De vraag naar woningen is structureel groot. Wat we zien is dat heel vele jonge mensen in Amsterdam willen wonen. De gemeente Amsterdam is bestuurlijk alles op alles aan het zetten om woningen in de stad te realiseren. De wethouder geeft vol gas en wil gebieden transformeren. Daarin is Amsterdam absoluut een voorloper in het land. Tegelijkertijd stapelen ze eis op eis. De stad wil bijvoorbeeld ook aardgasloos worden. Het hele eisenpakket maakt het lastig om het allemaal betaalbaar te houden.”

Is dit niet gewoon een eenvoudig pleidooi voor meer koopwoningen?

„Ook de Neprom wil een ongedeelde stad. Iedereen moet hier kunnen wonen. Wij zien grote vraag naar zowel koop als huur, maar ik kan je op een briefje geven dat de prijzen van de 20 procent koopwoningen nog sterker zullen stijgen dan ze nu al doen. Er zijn nu al enorme tekorten op de koopmarkt. Er zijn eenvoudigweg te weinig woningen om in de vraag te voorzien. Dit beleid werkt groeiende schaarste in de hand. Dan kunnen alleen de rijken nog woningen kopen. Dat is voor een stad niet fijn.”

Maar in het middensegment zit toch ook de mogelijkheid om koopwoningen te realiseren?

„Die ruimte daarvoor is zeer beperkt. De gemeente stuurt aan op veel huurwoningen omdat het bij huurwoningen makkelijker is om te sturen. Nooit zal worden toegestaan om die 40 procent in het middensegment volledig te gebruiken voor koopwoningen. Bij die huurwoningen wil bovendien de gemeente de maximale huurprijs bepalen. Dan zullen al die woningen onder de marktprijs verhuurd worden. Met inkomenstoetsen wordt waarschijnlijk niks gedaan. Je geeft dus veel geld weg aan mensen die het niet echt nodig hebben. En daar knelt het. Daarmee is de 40-40-20-verdeling een politiek compromis geworden in plaats van dat het de stad verder helpt. Het is geen goede afspiegeling van hoe de vraag op de markt in elkaar steekt. We gaan in Amsterdam nu op korte termijn relatief goedkope woningen bouwen. Dat levert op middellange termijn echt problemen op. Verder vragen we ons af of de gemeente wel gerechtigd is om deze eisen te stellen voor woningbouwprojecten die op grond wordt gerealiseerd die niet in eigendom van de stad is, bijvoorbeeld aan de noordzijde van de IJ-oever. Wij vragen ons af of er een wettelijke basis is om ook daar de 40-40-20-verdeling toe te passen. Volgens ons kan de gemeente dat niet overal afdwingen.”

Waar gaat het mis?

„We zien in Amsterdam te vaak dat mensen lang, heel lang, blijven wonen in hun sociale woning, terwijl ze eigenlijk plaats zouden moeten maken voor anderen. Het zijn mensen die meer zijn gaan verdienen. Het klopt dat de groep mensen die te lang in een sociale woning blijven plakken, weliswaar huurverhogingen voor hun kiezen krijgen, maar die zijn een lachertje: echt veel meer gaan ze niet betalen. Eigenlijk is het een taboe om die mensen meer huur te laten betalen, terwijl je veel strenger zou moeten zijn. Niemand heeft er middelen voor om die mensen te sturen. Ook corporaties niet.”

Wat valt er tegen te doen?

„Bijbouwen is goed. Maar niet per se elke wijk hoeft dezelfde samenstelling te zijn. Nu verlangt de stad overal dezelfde 40-40-20-verdeling. Dat is rigide. Je moet als gemeente wel realistisch zijn. Natuurlijk zijn ook wij voor een ongedeelde stad, maar met deze plannen jaag je opnieuw de middeninkomens de stad uit.”

Is er wel voldoende plek in Amsterdam voor de gemeentelijke plannen?

„Ik vraag het me af. Bovendien wordt elke nieuwe plek die wordt aangewezen voor woningbouw steeds lastiger te ontwikkelen. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat we van voor het jaar 2000 betrokken zijn bij de plannen voor woningbouw in de Houthavens. Het is nu 2017 en pas de laatste jaren zijn er serieuze stappen gezet, mede doordat in 2013 werd besloten de tunnel aan te leggen. Nu is onder andere Haven-Stad aangewezen als gebied voor woningbouw, maar het verplaatsen van bedrijven doe je niet even snel. Daar gaan jaren overheen.”

Is het wel verstandig een havengebied te transformeren tot woonwijk?

„Eigenlijk niet. Het Rijk is aan het investeren in een grotere zeesluis in IJmuiden om de haven van Amsterdam goed bereikbaar te houden. Hoe verstandig is het dan om havengebied op te offeren voor woningbouw? Een woonlocatie in het havengebied raakt bovendien meteen aan de werkgelegenheid in de stad. Daarnaast zijn de bedrijven afhankelijk van de nabijheid van transport over water. Die bedrijven zullen voor veel geld moeten worden uitgekocht en een alternatief moeten krijgen. Dat zal niet eenvoudig zijn.”

Is het nog wel leuk om in Amsterdam een woning te zoeken?

„Wie nu op woningjacht is, wordt te vaak teleurgesteld. Als politiek moet je dat niet laten gebeuren. In de Houthavens hebben we een blok van 130 appartementen ontwikkeld. Meer dan 2000 mensen vroegen een optie op een woning. Kun je nagaan hoeveel mensen we hebben moeten teleurstellen. Als je voor de tiende keer wordt afgewezen, en dat is wat er gebeurt, word je daar zuur over. Maar het is niet zo dat er niets meer te vinden is. De meeste mensen willen binnen de A10 wonen. Maar binnen de ring is de stad te klein. Daar stijgen de prijzen ook het hardst en moet je bijna noodgedwongen klein gaan wonen. Er zijn ook heel veel kleine woningen bijgebouwd in de afgelopen jaren. Maar er moet ook ruimte zijn voor gezinnen. Die kun je niet in veertig vierkante meter stoppen. Je moet mensen gaan verleiden om daar te gaan wonen waar ze tot nu nooit hadden willen wonen. Zorg dus bijvoorbeeld voor relatief meer woningen in het middensegment in een wijk als Geuzenveld. Hou niet krampachtig vast aan de 40-40-20-verdeling. Dat is uiteindelijk zelfs beter voor de mix in de stad.”

Goed voor de stad?

„Het maakt de samenstelling van de buurt beter. Je kunt zeggen over de woningmarkt wat je wilt, maar het heeft er wel voor gezorgd dat wijken als Bos en Lommer en de Baarsjes een oppepper kregen. Het is veel beter vertoeven daar. Vroeger wilden mensen daar niet gaan wonen. Maar Amsterdammers die er al langer wonen hebben de wijk ten goede zien veranderen in de afgelopen vijf jaar. De kwaliteit van leven is veel beter geworden in de stad. De druk op de woningmarkt biedt ook kansen voor Geuzenveld en Zuidoost.”

Is dat niet ten koste gegaan van mensen die afhankelijk zijn van sociale woningbouw? Die hebben plek moeten maken en voelen zich niet meer welkom.

„Dat klopt. Maar dat kun je net zo goed verwijten aan mensen die voor 400 euro per maand een sociale woning in de Pijp bewonen, terwijl ze volgens de regels een te hoog inkomen hebben.”

Bart van Breukelen

Deel dit bericht

Meld je vrijblijvend aan voor onze nieuwsbrief.

Aanmelden
Meld je vrijblijvend aan!
Close search